VLAAMSE ACTRICES OPENEN ZEELAND NAZOMERFESTIVAL
Trojaanse vrouwen - Cobra.be - 23/08/2011 - VRT
di 23/08/2011 - 14:59
Het Zeeland Nazomerfestival opent 23 augustus met het stuk 'Trojaanse vrouwen'. De Vlaamse actrices Reinhilde Decleir en Charlotte Vandermeersch brengen Euripides' aanklacht tegen de oorlog op een desolaat veerplein in Zeeland.
In ‘Trojaanse vrouwen’ toont antiek toneelschrijver Euripides de oorlog door de ogen van de verliezers, de Trojanen. Troje is geplunderd, de mannen zijn gedood en de Trojaanse vrouwen hebben nu het meest te lijden. Angstig wachten ze hun lot af. Worden ze slaaf , prostitué of huwelijkskandidaat voor hun nieuwe Griekse meesters?
Het Zeeland Nazomerfestival kijkt graag over de grens heen en kwam ook voor deze voorstelling bij enkele sterke Vlaamse actrices terecht. Zo speelt Reinhilde Decleir de rol van koningin Hekabe en Charlotte Vandermeersch die van haar schoondochter Andromache. De Vlaamse mezzosopraan Els Mondelaers vermengt de 'Kindertotenlieder' van Gustav Mahler op een indrukwekkende manier met deze tekst van Euripides. Voeg daar het macabere decor aan de Westerschelde aan toe en u weet dat dit een bijzondere voorstelling kan worden.
Een mooie filmimpressie van het stuk en interviews met de acteurs kunt u zien op Cobra.be.
Dood en leven vallen niet tegen elkaar af te wegen
Auteur: door Willem Nijssen - 25 augustus 2011
Het hoofdonderwerp (de ondergang van Troje) wordt elders wellicht 'beter' beschreven. Maar Trojaanse Vrouwen bevat wel enkele van de allermooiste monologen uit het klassieke palet. En er is een zijdelings onderwerp, de dood van een onschuldig kind, dat ons diep kan raken. Een onderwerp, dat in deze vertolking van het Zeeland Nazomerfestival extra wordt benadrukt door de koppeling aan de Kindertotenlieder van Mahler.
Kindertotenlieder is een van Mahlers zogenoemde laatromantische orkestliederen, maar er bestaat ook een versie met pianobegeleiding. Daarin komt de tekst en de tragische melodielijn veel duidelijker tot zijn recht (voor mijn oren althans). Het is die versie, die hier schitterend wordt vertolkt door de mezzosopraan Els Mondelaers. Op momenten waar in de oorspronkelijke tekst het koor van Trojaanse vrouwen het woord neemt, zingt zij vol van emotie maar helder een van de vijf liederen van die cyclus. Samen met een massief en onheilszwanger slagwerk vormt dat een muzikaal decor waarin de tragiek zijn donkerder kleuren krijgt.
De setting van Trojaanse Vrouwen is een vluchtelingenkamp buiten de muren van het brandende Troje. Daar wachten de vrouwen van Troje hun lot af. Zij zullen worden ingescheept en weggevoerd, dan als slavin of minnares hun leven moeten verder leven. Er is vermoeide berusting, een sprankeltje nieuwsgierigheid bij sommigen, en opflakkerend verzet tegen het noodlot. Speciale vrouwen als koningin Hekabe zal een speciaal lot beschoren zijn, en juist omdat zij speciaal zijn (al méér een sterk individu dan gemiddeld) is hun innerlijk verzet ook heviger, dieper, pijnlijker.
Onder hen ook Helena, de vrouw waar de tienjarige oorlog om begonnen is. De vrouw die door de Trojaan Paris was geroofd van de wraakzuchtige Griekse koning Menelaos. Zij wordt met scheve ogen bekeken, zij weet dat ze geen toekomst meer heeft, maar ook geen verleden meer. En toch houdt zij een van de ontroerendste pleidooien voor dat bestaan in die éne seconde van het nu. Vergeefs.
Alles tevergeefs, het lot van deze vrouwen zal zwaar zijn. Ook al zijn het sterke vrouwen, die weten dat ,,dood en leven niet tegen elkaar vallen af te wegen. Het ene houdt niets in, het andere hoop." Alleen Andromache (de vrouw van Hector) denkt daar anders over, nog vóór ze te horen krijgt dat haar zoontje Astyanax niet mag blijven leven. De Grieken zijn té bang voor de zoon van zo'n grote held. Andromache wankelt, Hekabe blijft sterk.
Hoe vreemd het me in de 21e eeuw soms ook lijkt, toen al had Euripides met zo'n verhaal de oerbron van onze empathie gevonden. Het is eeuwenoud, bijna onbegrijpelijk mededogen dat nog steeds werkt, mits goed verteld. En hoewel de tekst voor de aandachtige luisteraar ook nog altijd een waar genot is, spelen het muzikale en het visuele daar een steeds belangrijkere rol in.
De krachtigste beeldentaal komt van de locatie en het ruimtelijk gebruik daarvan. Een enorm voormalig veerplein (een niemandsland nu), enorme containers, een afrastering met hekken en prikkeldraad, min of meer 'zo ver als het oog reikt'. Zoeklichten-licht. Over de volle breedte enkele lange rijen van in zwart gehulde lijken, verslagen Trojanen. Daartussen, heel nietig maar, de vrouwen.

Charlotte Vandermeersch, Reinhilde Decleir en pianist Jaap Dieleman in Trojaanse Vrouwen. foto Lex de Meester






